The Affordable Art Fair Amsterdam
28 t/m 31 oktober 2010 - Cultuurpark Westergasfabriek Amsterdam
Hedendaagse kunst van €100 tot €5000

 Londen

 New York

 Amsterdam

 Brussel

 Milaan

 Singapore

 Melbourne

 Sydney

\

 

 

 

LEER OVER KUNST - SCHILDEREN - SCULPTUREN - DRUKTECHNIEKEN - ANDERE MEDIA

 

SCHILDEREN

Olieverf
Sinds de 16 e eeuw is olieverf op doek een van de meest toegepaste technieken. Olieverf is een langzaam drogende verf die wordt gemaakt door pigmenten te mengen met olie; oorspronkelijk werd lijnzaadolie gebruikt. Olieverf is meestal dekkend. Omdat de verf heel langzaam droogt, is het mogelijk kleuren en nuances geleidelijk in elkaar te laten vloeien. Bij het schilderen met olieverf kan de kunstenaar gemakkelijk wijzigingen aanbrengen. Door het flexibele karakter is het bijvoorbeeld mogelijk een heel glad doek te schilderen, of de verf in dikke lagen op te brengen zodat een pasteus schilderij ontstaat.

Acrylverf

Dit verftype is ontwikkeld in het midden van de 20 e eeuw. Acryl is een soort synthetische hars op basis van polymeerkleuren. De verf wordt gemaakt door pigmenten in een acrylemulsie te mengen. De kunstenaar kan de verf verdunnen met water, maar wanneer de verf droogt verbinden de harsdeeltjes zich tot een stevig, flexibel, rubberachtig vlies dat geen water meer doorlaat. Acrylverf is geliefd omdat hij snel droogt, waardoor de kunstenaar bijna meteen over een net aangebrachte laag kan schilderen. Hoewel acrylverf lastiger te manipuleren is dan olieverf en waterverf, kan de kunstenaar een mat, halfmat of glanzend resultaat bereiken door de verf met de juiste media te mengen.

 

WERK OP PAPIER: verf of tekenmaterialen

Waterverf

Water- of aquarelverf is een transparante verf op waterbasis. De techniek is gebaseerd op een glaceersysteem waarbij de verf in doorzichtige lagen direct op het papier wordt aangebracht. Het wit van het papier speelt een grote rol omdat deze kleur het licht weerkaatst, wat een lumineus effect geeft. Ook het gewicht en de textuur van het papier zijn van invloed op het effect.

Gouache

Gouache is een dekkende waterverf met een dikkere substantie dan transparante aquarelverf; gouache vormt een laag die op het papier ligt. Gouache wordt het meest toegepast bij gebruik van verzadigde of sterk contrasterende kleuren.

Inkt

Inkt was voordat het in Europa in gebruik kwam al vele eeuwen bekend bij de oude Chinezen en Egyptenaren. Er bestonden verschillende soorten inkt: Chinese of Oost-Indische inkt, bister inkt, ijzergal inkt etc. Moderne inkt wordt in vloeibare vorm verkocht, zowel wateroplosbaar als watervast. De eerste vorm is geschikt voor fijne lijnen en subtiele effecten. Gekleurde inkt kan op nat papier worden aangebracht om prachtige uitwaaierende effecten te creëren.

Potlood / Houtskool / Krijt

Gewone potloden zijn gemaakt van grafiet gemengd met klei; hoe minder klei, hoe zachter. Potlood geeft een zilverachtig effect en is geschikt voor fijne, gedetailleerde tekeningen. Houtskool is door zijn kruimelige karakter geschikt voor vloeiende lijnen en schaduwen. De hoeveelheid tonen, van lichtgrijs tot diepzwart, is eindeloos. Een bijzondere eigenschap van houtskool is dat het een rijk, fluwelig effect kan geven. Omdat het makkelijk weg te vagen is, wordt houtskool veel gebruikt om te schetsen. Het nadeel van houtskool is dat het snel vlekt en makkelijk breekt. Krijt wordt gemaakt door pigmenten te samen te voegen met een vettig bindmiddel. Krijt wordt in verschillende samenstellingen en kleuren geproduceerd. Het materiaal kan een glanzend, rijk, dekkend effect geven. In tegenstelling tot houtskool kruimelt krijt niet en is het lastiger uit te vegen.

Pastel

Pastelkrijt wordt gemaakt door pigmenten samen te voegen met een niet vettig bindmiddel. Pastels geven een mat, dekkend effect. De krijtjes worden verkocht in drie gradaties: zacht, medium en hard. Zachte pastels worden het meest gebruikt omdat ze het makkelijkst hanteerbaar zijn. Pasteltekeningen zijn geliefd om de gevarieerde effecten die met dit materiaal mogelijk zijn: dun of dik, fijn of fluweelachtig rijk, glad of pasteus.

 

GRAFIEK

Hoogdruk

Dit is de oudste druktechniek, vanaf ongeveer 1400 bekend. Door het wegsnijden van alles wat niet tot de af te drukken voorstelling behoort, is deze als verhoging zichtbaar. Houtsneden worden gemaakt door met een mes in het oppervlak van een glad stuk hardhout te snijden, waarbij fijne lijnen kunnen worden verkregen door een guts te gebruiken. Als het bewerkte houtblok wordt afgedrukt, zullen alleen de hooggelegen (niet weggesneden) gebieden zichtbaar zijn op het papier. Als men in kleur drukt is voor iedere kleur een apart blok nodig. Meestal worden niet meer dan drie of vier kleuren gebruikt. Bij de linosnede, een 20 e -eeuwse versie van de houtsnede, wordt in plaats van hout linoleum gebruikt. Hoewel het materiaal makkelijk te bewerken is, is het niet geschikt voor fine of subtiele effecten.

Diepdruk

Diepdrukken, ook wel laagreliëfs genoemd, kunnen met verschillende technieken worden gemaakt. Bij al deze technieken wordt de voorstelling in de drukvorm aangebracht. De dieper gelegen delen (groeven) worden met vette inkt ingesmeerd. Het oppervlak wordt voorzichtig schoongemaakt zodat de inkt alleen achterblijft in het gegraveerde ontwerp. Voorbeelden van diepdruktechnieken zijn etsen, etsen met droge naald, aquatint, mezzotint en collagraaf.

Etsen: Een metalen plaat wordt bedekt met een zuurwerende waslaag of 'grond' waarin de kunstenaar vervolgens met verschillende voorwerpen (bijvoorbeeld een etsnaald) kan tekenen, waarbij de grond wordt verwijderd op plaatsen die een zwarte afdruk moeten geven. De plaat wordt vervolgens ondergedompeld in een bad met zuur, dat geëtste (getekende) gebieden uitbijt. De geëtste plaat wordt daarna ingesmeerd met inkt en het oppervlak schoon geveegd, waardoor alleen in de groeven inkt achterblijft. Vervolgens wordt de plaat met een stuk vochtig papier door een drukpers gehaald, en wordt door de druk van de pers de inkt uit de geëtste gebieden van de plaat op het papier gedrukt. De etstechniek werd enorm populair door het werk van Rembrandt.

Droge naald: De voorstelling wordt met een stalen naald direct in de metalen plaat gekrast. Deze techniek produceert een fluwelig effect doordat er opstaande metaalrandjes (bramen) ontstaan die de inkt vasthouden. Omdat deze bramen door de grote druk van de pers geleidelijk afslijten, kan slechts een beperkt aantal afdrukken worden gemaakt.

Aquatint: Aquatint is een etsprocedé dat beoogt gewassen tekeningen - dus tonen en tinten - na te bootsen. Gradaties van toon worden verkregen door de plaat textuur te geven, waarvoor verschillende methodes worden gebruikt. Het te etsen gebied wordt bestrooid met een poederachtige hars en vervolgens verhit, waardoor de harskorrels vastkleven aan het oppervlak. De plaat wordt daarna in een zuurbad gedompeld waarbij de openingen tussen de harskorrels worden weg gebeten.

Mezzotint: Dit diepdrukproces is bedoeld om krijttekeningen en pastels in al hun tonen en nuances na te bootsen. Het is waarschijnlijk het meest arbeidsintensieve drukproces. Een koperen plaat wordt bewerkt met een berceau, een instrument met veel fijne tandjes die in het koper worden gedrongen, waardoor gaatjes en bramen ontstaan. Het resultaat is een ruw oppervlak dat zwart afdrukt (mezzotint wordt ook wel 'zwarte kunst' genoemd). Het gedeeltelijk afschrapen van de bramen en polijsten van de plaat maakt het mogelijk halftonen en lichte gedeeltes te creëren. Bij het maken van kleuren mezzotinten wordt voor iedere kleur een aparte plaat gebruikt, die stuk voor stuk over elkaar heen worden afgedrukt.

Vlakdruk

Lithografie: Lithografie betekent steendruk en berust op het beginsel dat water en vet elkaar afstoten. Eerst wordt met vetkrijt en inkt een voorstelling aangebracht op een blok kalksteen dat tot een plat, glad blok is geschuurd. Na verschillende opeenvolgende behandelingen wordt de steen vochtig gemaakt met water. De gedeeltes die niet met krijt zijn bewerkt worden nat en de gebieden van de vette tekening blijven droog, omdat vet water afstoot. Vervolgens wordt inkt op oliebasis met een roller op de steen aangebracht, waarbij de natte gedeeltes van de steen de inkt weren. De afdruk, die wordt gemaakt door een vel papier tegen de steen te drukken, is een spiegelbeeldige replica van originele voorstelling op de steen.

Doordruk

Zeefdruk: De zeefdruk is een meerkleuren druktechniek die werd ontwikkeld in Amerika. Een fijn gaas van polyester of zijde (de zeef) wordt in een houten of metalen raam van ongeveer 5 cm diep (het zeefdrukraam) gespannen. De voorstelling kan worden aangebracht door het gaas met een snel drogende substantie te beschilderen of door er sjablonen op te plakken. Ook is het mogelijk met een lichtgevoelige laag de voorstelling fotografisch op het gaas aan te brengen. Bij het drukken ligt onder het zeefdrukraam een vel papier. Een rakel trekt inkt over het gaas en duwt die op de plek van de onbedekte delen door minuscule gaatjes op het papier. Het teveel aan inkt op het gaas wordt weg geschraapt. Als het raam wordt opengeklapt, ziet men een egale inkthuid op het papier liggen: de doorgedrukte voorstelling.

 

 

DIVERS

Monoprint en monotype

Deze termen worden vaak verward. Een monoprint ontstaat door een afdruk te maken van een met de hand gekleurd of bewerkt traditioneel drukoppervlak (bijvoorbeeld een geëtste plaat of zeef). Monoprints van een bepaalde serie kunnen zeer gelijkend zijn, maar zijn niet identiek. Monotypes zijn unieke afbeeldingen die ontstaan door een afdruk te maken van een onbewerkt drukoppervlak (een gladde koperplaat bijvoorbeeld) waarop met inkt een tekening of schildering is aangebracht. Een vel papier wordt tegen de plaat gedrukt, waarbij de inkt bijna volledig overgaat op het papier. Als een residu op de plaat achterblijft, is het soms mogelijk een tweede, lichtere afdruk te maken.

Collagraaf

Afgeleid van het woord 'collage'. Collagrafen worden gemaakt door met lijm en andere materialen een drukplaat samen te stellen uit verschillende elementen. Gebruikte materialen zijn bijvoorbeeld metaal, karton of plastic. Een collograaf plaat kan als diep- of als hoogdruk worden gebruikt.

 

RUIMTELIJK WERK

Beeldhouwen

Beeldhouwen is een techniek waarbij de kunstenaar een deel van een blok materiaal verwijdert. Hout is erg zacht en daardoor makkelijk te bewerken. Omdat hout vatbaar is voor vocht en extreme temperaturen moet het voor de bewerking eerst drogen en verduurzaamd worden, zodat splijten of kromtrekken wordt voorkomen. Marmer is de steensoort die sinds de oudheid het meest wordt gebruikt. Het is hard en daardoor moeilijk te bewerken. Albast, dat in esthetisch opzicht vergelijkbaar is met marmer, is zacht en makkelijk te bewerken. Ook kalksteen, graniet en zandsteen zijn populaire media.

Boetseren

Boetseren is een techniek waarbij een driedimensionale vorm ontstaat uit klei of was. Klei-werken worden in een (steen)oven geplaatst en verhit, waardoor het materiaal hard en duurzaam wordt.

Gieten

Een vloeibare substantie zoals plastic, klei of gesmolten metaal wordt in een mal gegoten. De mal is gemaakt op basis van een klei- of wasmodel. Bij gieten wordt vaak brons (een legering van koper en tin) gebruikt; andere gietmaterialen zijn beton en hars.

Assemblage

Deze term wordt gebruikt voor kunstwerken die gemaakt zijn van gelaste metalen constructies, waarbij bestaande elementen aan elkaar worden verbonden. Assemblage werd veel toegepast in de revolutionaire kunstbewegingen in het eerste kwart van de 20ste eeuw in Frankrijk, Rusland en Duitsland.

 

ANDERE TECHNIEKEN

Collage

Collage werd aan het begin van de 20 e eeuw erkend als serieuze kunstvorm. De term is afkomstig van de 19 e -eeuwse 'papiers collés' techniek, waarbij een kunstwerk ontstaat door verschillende gevonden objecten zoals stof, kranten en karton op een plat vlak te bevestigen. Bij de gerelateerde techniek 'découpage' wordt het oppervlak geheel beplakt met knipsels, terwijl bij collage de uitgeknipte vormen een meer individuele rol spelen.

Digitale kunst

De term 'Digitale kunst omvat drie verschillende categorieën:

1. een digitaal geproduceerde reproductie van een al bestaand kunstwerk in een andere vorm, bijvoorbeeld een schilderij.
2. werk dat geproduceerd is om via digitale apparatuur te bekijken, zoals web-kunst.
3. werk dat digitaal geproduceerd is door middel van een computer, waarbij de voorstelling met behulp van een teken- of schilderprogramma op het scherm wordt ontworpen. Het resultaat is een werk dat buiten de computer om bestaat in de vorm van een lambda- of een gicleedruk. Het digitaal gedrukte werk kan als een 'origineel' werk beschouwd worden, een computerprent. Werk in deze categorie kan ook bestaan in de vorm van een video of een DVD. Zulke video's en DVD's worden vaak verkocht in gelimiteerd oplage, zoals gebruikelijk is bij grafiek.

Op de Affordable Art Fair wordt werk uit de eerste categorie niet geaccepteerd, omdat dit niet beschouwd wordt als originele kunst. Werk uit de tweede categorie kan vaak niet verkocht worden. Het is echter vrij toegankelijk om te bekijken via het internet.

Werk uit de laatste categorie wordt verkocht op de Affordable Art Fair, mits geproduceerd onder dezelfde strikte voorwaarden als traditionele grafiek. Met andere worden, wanneer de editie van het werk volledig gedrukt is, mag de kunstenaar het werk uit de betreffende serie niet meer drukken.

 

 

  Download hier het bovenstaande artikel als PDFdocument

 

 

 
     
© Derogee IT Consultants